God
liet toe dat ik lachte
voor ensemble
Deze opvallende titel is voor meerdere interpretaties vatbaar. Eerst
zal ik wat achtergronden betreffende het stuk geven alvorens de
titel van het werk toe te lichten.
Het stuk is ontstaan toen ik gedurende lange tijd van alles wat
mij totdan toe gevormd had ver verwijderd was. Ver weg van mijn
land en ver weg van mijn muziek, letterlijk en figuurlijk. Toen
ik met dit stuk bezig was wilde ik voor mijzelf iets vinden wat
mij houvast bood wat voor mij betekende het teruggrijpen op mijn
culturele en muzikale achtergronden, dingen die in al de consternatie
van het leven in een totaal andere cultuur voor mij tenminste herkenbaar
waren en heel dicht bij mij zouden staan. Het toepassen van lokale
muziek (het land waar ik zat was Thailand en de muziek van daar
is Thaise en Chinese klassieke muziek wat overigens mijn interesse
degelijk gewekt heeft) zou voor mij dus in dit geval zelfverloochening
ingehouden hebben.
Om te beginnen moest ik de draad weer oppakken daar waar ik hem
gedurende lange tijd had laten liggen. In mijn vorige stukken had
ik een soort van werkwijze ontwikkeld die ik hier weer wilde toepassen;
het werken met een toonveld waarin iedere noot zijn eigen register
en vaak zelfs eigen instrumentatie heeft, wat hier en daar door
lyriek of juist heftigheid onderbroken wordt. Dit is uiteindelijk
in het tweede gedeelte van de compositie toegepast.
Een tweede gegeven dat ik wilde gebruiken was de vibrafoon als solo
instrument. De vibrafoon is een door mij geliefd instrument en reeds
in twee voorgaande werken (the
Stillpoint en Double
Smooth Disaster) heb ik het instrument toegepast en ermee geëxperimenteerd.
De slotpassage van deze compositie bestaat uit een thematische
vibrafoonsolo met tweede stem die samen hier en daar geharmoniseerd
zijn.
De titel 'God liet
toe dat ik lachte' komt uit het werk Titaantjes van de Nederlandse
schrijver Nescio.
|