| |
Symfonie Gouden
Draak (versie voor programma boekje)
2000-gereviseerd in 2001
Er zijn drie hoofdelementen waaruit dit werk is opgebouwd.
1) Klank. Dit zijn vaak clustergangen, ik noem ze graag
clusterkoralen, slechts ruis (strijkers), chromatische muren en/of
modale klankvelden.
2) Motieven. Er ligt een hele reeks motieven van verschillende
aard ten grondslag aan deze symfonie, zowel tonaal-melodische als
harmonische en chromatische.
3) Traditionele gebaren. Veel gestiek in het werk vindt zijn
oorsprong in traditionele symfonische muziek. Het hele slotkoraal
aan het einde
van het werk is een soort opgeblazen Tchaikowski.
De drie elementen komen als het ware samen in een vierde: Gelaagdheid.
Vaak klinken er meerdere elementen tegelijkertijd en in verschillende
instrumentale groepen
Een belangrijk kenmerk van de Symfonie Gouden Draak is octavering
of bijna octavering in de orchestratie. Het idée
hier is meer spanning
te creëren door het niet oplossen van vieze octaven
zoals grote septiemen en kleine nonen. Gesteld zou kunnen worden
dat de orchestratie deel uit maakt van compositorische ideëen,
zelfs bij het vinden van toonhoogten.
De premiere van het werk vond plaats tijdens het Project Jonge Componisten
in mei 2002. Uitvoerende was het Nederlands Ballet Orkest
(nu Holland Symfonia), gedirigeerd door Peter Rundel.
Het werd ook uitgevoerd tijdens de 2005 Gaudeamus week in Amsterdam.
Na de originele versie met Wagnertubas en contrabasstrombone
is de symfonie gereviseerd in 2001 en in instrumentatie gereduceerd.

Symfonie
Gouden Draak langere
versies
Er zijn drie elementen waaruit dit stuk is opgebouwd.
1) Klank. Dit zijn vaak clustergangen, ik noem ze clusterkoralen
(mt. 95-124), slechts ruis (mt. 9-44 en verder (strijkers)), chromatische
muren (mt. 58-75, 138-144) of modale klankvelden ("Nachtidee"
op mt. 178-196).
2) Motieven. Er ligt een hele reeks motieven van verschillende aard
ten grondslag aan dit stuk, zowel tonaal-melodische als harmonische
en chromatische. Laatstgenoemde staan direct in verbinding met de
clusterkoralen uit het klank-element (op mt. 3,4,5 het motief in
de fluiten en fagotten wat later "Death Valley" op mt.9
en verder wordt, en terugkomt op mt. 195,196,197).
Om er nog enkelen te noemen: het heroische motief in de trompetten
op mt 82, het gebroken verminderd septiem-accoord heeft een meer
traditioneel signaal karakter. Een ander motief in trompetten op
mt. 94-95 komt terug in tutti in 153 en in 203 in de tenortubas
en hoorns. Dit motief heeft een wat kitcherig karakter. Het dalend
motief in 157 is een veel terugkerend idee in de onderste regionen
van de orkestratie.
3) Dit laatste motief (en zeker niet het enige) legt ook de brug
met het derde element nl: traditionele gebaren. Veel gestiek in
het stuk, mede door vele octaafverdubbelingen (of verwijzing hiernaar
door het octaaf een groot septiem of kleine noon te laten zijn)
in orkestraties, vindt zn oorsprong in traditionele symfonische
muziek. Het hele slotkoraal vanaf maat 220 tot het einde is een
soort opgeblazen Tchaikowski.
De drie elementen komen als het ware samen in een vierde: gelaagdheid.
Vaak zijn er meerdere elementen tegelijkertijd gaande, vooral aan
het slot rond de maten 227 en 228.
Toelichting/motivering
Het werk is uit eigen beweging geschreven, niet in opdracht. De
bezetting van de 2000-versie is dan ook enigszins buiten de proporties
van gangbare orkestbezettingen uitgevallen. Het heeft twee maal
in de planning gestaan van het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest.
Op verzoek van artistiek directeur van dit orkest heb ik toen de
orkestratie rigoureus uitgedund, resulterende in de uiteindelijke
versie, voltooid tegen het einde van het jaar 2001. Helaas door
opheffing van bovengenoemd orkest is de symfonie uiteindelijk niet
uitgevoerd (het zou in mei 2002 gaan), wel is het gekozen om gespeeld
te worden in het Project Jonge Componisten 2002 van het (toenmalig)
Nederlands Ballet Orkest. De opname
is van deze uitvoering.
Belangrijke aanpassingen van het stuk zijn: uitgedunde strijkers
divisies in de nieuwe versie, weglaten van twee Wagnertubas
wiens partijen overgenomen zijn door hier en daar de hoorns, fagotten,
trombones of celli en contrabassen. Ook is de contrabastrombone
achterwege gelaten, diens partij is aangepast overgenomen door de
tuba, contrafagot en hier en daar de andere drie trombones.
Symfonie Gouden Draak
De titel slaat op de tijd waarin, en de plaats waar dit werk ontstaan
is.
Tijd: januari-februari 2000, oftewel het begin van een nieuw millennium.
Plaats: Bangkok (hier heb ik vijf jaar gewoond). In Bangkok werd
begin februari het Chinese nieuwe jaar gevierd en ik zat midden
in een Chinese wijk waar (in dit stuk verwerkt) luid vuurwerk en
Chinese opera in die periode het straatbeeld overheerste. Ook al
in mijn werk Silk Execution heb ik gebruik gemaakt van de overdonderende
expressiviteit van Chinese opera.
Het jaar 2000 was het jaar van de draak volgens de Chinese astrologie.
Hier volgt een citaat uit een Bangkokse krant van 6 februari 2000:
To many, the Year of the Dragon is a repository of luck, prosperity
and power; babies born during the year are believed to bring good
things to both themselves and their families (
) This year
(2000) carries the added bonanza of a "golden dragon"
ruling, a phenomenon that occurs only once every 60 years in Chinese
astrology.
Dit werk kwam tot stand tegen de achtergrond van een hectische miljoenenstad
in Zuid-oost Azië die zich, vervuld van bijgeloof en animisme
als ze is, klaar maakte voor de opening van een nieuw jaar vervuld
van voorspoed en kracht.
Tot leeuw wordt de geest, vrijheid wil hij buitmaken en heer zijn
in eigen woestijn.
Om de zege wil hij worstelen met de grote draak.
Welke is de grote draak, die de geest niet meer heer en god wenst
te noemen? "Gij behoort" heet de grote draak. De geest
van de leeuw echter zegt: "Ik wil."
"Gij behoort" ligt op zijn weg, goudfonkelend, een schubbendier
en op iedere schubbe glanst het gulden "Gij behoort!"
Duizendjarige waarden glanzen aan deze schubben en aldusspreekt
de machtigste aller draken: "aller dingen waarde zij
glanst aan mij.
Alle waarde werd alreê geschapen en alle geschapen waarde,
- dat ben ik. Waarlijk, er mag geen "Ik wil" meer bestaan!"
Zo spreekt de draak.
(Van de drie gedaantewisselingen- Aldus sprak Zarathoestra, 1- Friedrich
Nietzsche)De Nietzscheaanse draak heet Gij behoort die
bevochten dient te worden door de zich vrijheid buitmakende leeuw;
Ik wil zegt deze. Alle waarde werd alree geschapen
en alle geschapen waarde, dat ben ik. Waarlijk, er mag geen Ik
wil meer bestaan! Zo spreekt de draak (Aldus sprak Zarathoestra
I- Van de drie gedaantewisselingen). Deze draak van de moraal, een
zwaarwegend juk dat al sinds het begin der dagen bestaat om de harmonie
van het samenleven te waarborgen, houdt de vrijheidsdrang van ieder
individu binnen de perken. De zwaardrukkende traditie van de westerse
muziek, in het bijzonder die van de symfonie (samenleven van klanken)
zal bij het componeren van een symfonisch werk bij voorbaat al gedoemd
zijn, weliswaar in de ongebruikelijke zin van de betekenis (en nu
ben ik menigeens oordeel even voor), een draak van een stuk op te
leveren. Het is dan ook in de laatste plaats mijn bedoeling me in
die zin kritisch op te stellen t.o.v. deze traditie. Wat mijns inziens
een grote stap vooruit is en in die zin vernieuwend (wat een verouderd
en gedateerd begrip overigens) is het onderkennen van traditie.
Niét één van de laatste periode, een meest
recente stilistische ontwikkeling, maar die van vanaf het begin
der tijden. Hier wil ik mij beroepen op de filosofie van Henri Bergson
betreffende het begrip tijd. Hij onderscheidt tijdsverloop in de
menselijke ervaring, de herinnering, van die in chronologische,
objectieve zin. Componist Bernd Alois Zimmermann noemt eerstgenoemde
de kogelgestalte van de tijd; tijdsverloop presenteert zich in de
herinnering als een gesubjectiveerde bolvorm, iets anders dus dan
het objectieve, chronologisch-lineaire verloop ervan. De mogelijkheid
muziek uit de gehele geschiedenis en zelfs van andere plekken (Azië
bv.) of uit diverse lagen (uit de Hoge cultuur-muziek als uit de
lage) te sublimeren in iets wat je persoonlijk wilt zeggen; subjectivering
van tijd en plaats. Dit vormt een inleiding tot de laatste fase
van deze toelichting handelend over dat wat in het Duits met Ausdruck
aangeduid wordt. Waarom ik de keuze maak te putten uit de traditie
in zn geheel en uit bv. de Chinese opera is omdat dat wat
uitgedrukt wordt in al die verschillende verschijningsvormen in
de wortel hetzelfde is. Afhankelijk van de tijd of plaats wordt
op een bepaalde manier vorm gegeven aan een universeel oer-ene,
al honderden duizenden jaren, zoniet miljoenen jaren onveranderd
aanwezig in het menselijk zijn en wat ons moderne westerse of niet-westerse
mens dus direct verbindt met de oermens. Ons lichaam en ons wezen,
in tegenstelling tot onze opvattingen beïnvloed door culturele,
religieuze of technologische ontwikkelingen aangeduid met vooruitgang,
zijn niet veel anders dan die van vervlogen tijden waarin we ons
zogenaamd niet ontwikkelden. Onze primaire emotionele ervaring,
door niets beter opgeroepen dan door muziek, ontstijgt ieder door
het intellect beredeneerde begrip (en zie mij nu eens al deze gedachten
stap voor stap in woorden vatten in plaats van u, luisteraar, aan
te manen vooral slechts te luisteren naar mijn werk!). Er kan gedurende
een muzikale roes geen beroep gedaan worden op het intellect. Kennis
dient het tot stand komen van een compositie, maar kan onder geen
beding in de weg staan van de ervaring ervan. Dat zou zoiets zijn
als het lezen van een biologieboek tijdens het bedrijven van de
liefde. Niet dat ik me de illusie maak dat de muziek die ik nastreef
op eenzelfde manier ervaren zou worden door een oermens als door
iemand van deze tijd, natuurlijk is kennis een eerste vereiste om
de ervaring op een hoger plan alszodanig te bewerkstelligen. Als
we het ervaren zélf nu onder de loep nemen, dan
moet geconstateerd worden dat die niet per sé afhankelijk
is van de externe prikkel. Als bij bepaalde lieden de tranen in
de ogen springen bij het beluisteren van een Johnny Jordaan-smartlap
dan is de ervaring ervan dezelfde als dat dit gebeurt bij een Concertgebouw-bezoeker
tijdens het horen van een Mahler-symfonie. Hier kan nog verder in
gegaan worden, wat ik graag doe aan de hand van een persoonlijke
ervaring.
Jaren geleden was ik op een Chinees traditionele begrafenis van
de vader van een mij toen na aan het hart liggend persoon. De rituelen
die hiermee gepaard gingen hebben mijn opvattingen over wat ik persoonlijk
met muziek wil zeggen definitief gevormd. Het schouwspel vond plaats
op een podium, waar de familieleden gehuld in vreemde uitdossing
onder aanvoering van een priester en onder begeleiding van zeer
expressief slagwerk, in optocht de overledene naar een andere wereld
(hierna-maals) begeleidden. Hierbij werd onder gezang en luid gehuil
met zeer trage tred een brug die op het podium neergezet was overgestoken
door de optocht, waardoor de andere wereld bereikt werd
en waar de dode achtergelaten zou worden; een zeer aangrijpend en
beangstigend moment aan den lijve ondervonden door de in het schouwspel
betrokken familieleden, doordat die zich op dat moment ook in die
andere wereld bevonden. De terugweg naar hun eigen leven leidde
wederom over het décor-bruggetje.
Ik realiseerde mij dat ik niet in de opera zat. Ik realiseerde mij
dat de heftige betrokkenheid van zowel toeschouwers (waaronder ikzelf)
als familieleden gebaseerd waren op een schokkende gebeurtenis die
écht was, uit het leven. Maar de emoties die
opgewekt waren heb ik sindsdien op precies eenzelfde manier gevoeld
als ik naar een voorstelling ging waar helemaal niets uit het échte
leven was. Ik kwam tot de conclusie dat de échtheid van de
prikkel er niet toe doet, als de emotionele beleving dat maar is.
En dat is waar muziek toe in staat is; op een ontoerekeningsvatbare
wijze emotionele belevingen bewerkstelligen die zich in het leven
slechts in extreme situaties voordoen.
Muziek is een koorddanser, balancerend op de zilveren draad van
de ontroering.
Edward Top, Mei 2002
Klik
voor audio fragmenten
1, 2
en 3
van het werk
|