ga naar Donemus

bezoek violist Tjeerd Top


 

 

 
 

 
 

 
 

 
 

 
 

 
 

 
   

 

check de nieuws pagina
voor het laatste nieuws
 

Groep

Groeps-emoties, volksgekte, uitschakeling van individueel denken.

Ultieme vrijheid is:
1) In de Gouden eeuw: "zeven onafhankelijke souveraine staten"= individueel denken. De mens is uitgerust met het intellect en is zich dientengevolge bewust van zijn persoonlijkheid die zich onderscheidt van de massa. Deze wil tot onderscheiden, oftewel "the importance of being important" (Lajos Egri) is een bepalende factor in de wil tot leven van ieder individu.

Ter onderscheiding van eerstgenoemde:
2) Volksgedachte. De mens is een kuddedier en vindt voldoening in het leven als onderdeel van een groep. Onder bepaalde voorwaarden en wetten waaraan hij zich dient te houden, verschaft de groep hem voordeel en bescherming. Bewustzijn van persoonlijkheid is geen prioriteit of wordt gezien als bedreiging voor de groep en dus voor het individu.

Probleemstelling: Kies je voor "ik" an sich (1) of voor jezelf in en als onderdeel vàn, de samenleving (2)? Mijn eigen levensvraag is: Hoever kan ik gaan met voor mijzelf als individu te kiezen zonder een ander, of 'de groep' daarmee te benadelen.

Stelling 2 is niet verbonden aan ‘slecht’ of ‘goed’ maar is een begrip dat boven deze moralistische denkwijze uitstijgt.
Het gaat om een geloof, ongeacht de inhoud, dat aan het individu wordt opgelegd door de groep, vervolgens wordt dat individu onderdeel van die groep.

Het geloof van de groep, zoals bij religies, heeft als kracht legitieme uitschakeling van individualiteit, met andere woorden het wordt een vervanging hiervan en wordt verkondigd als waarheid.
Idioot gedrag is iets dat zeldzaam voorkomt bij individuen, maar in de groep, bij festijnen bv. is het regel. Goddeloosheid, satanisme, irrationaliteit, schizofrenie of erotiek zijn vanuit het oogpunt van de groep bezien allemaal betiteld als ‘slechte’ fenomenen. Dit komt doordat ze het individu doen verrijzen boven de groep wat bedreigend is voor de meerderheid. Alles wat anders is werkt als bedreiging, en al het bedreigende is ‘slecht’. En zodoende is alles wat de groep oplegt aan de onderworpenen ‘goed’, daar het deze onderworpenen een veilig heenkomen verschaft. Iedere onderworpene ziet dan ook in dat hij bij verstoring van de groepsharmonie zelf slechter af is.
‘Goed’ en ‘slecht’ zijn hier afhankelijk van de invulling die de groep aan beide begrippen toedicht. Op een niveau hoger zou gesteld kunnen worden dat groepsgezindheid ‘goed’ is en individualiteit ‘slecht’.
Wat nu zo fascinerend is, is dat blijkbaar ieder individu, onderdeel van een groep of niet, met een sensor aanwezig in het onderbewustzijn als ontvanger in contact staat met andere individuen, ja met de gehele mensheid. De mens als radio of mobiele telefoon die door zijn mond, geschrift of wat voor artistieke uitdrukking dan ook als luidspreker uitbrengt wat door microgolven, infraroodstraling of bluetooth verbindingen via zijn antenne, deze ingebouwde sensor, wordt opgevangen.
Dit gegeven drijft mensen ertoe samen te komen in een groep. Het gaat me hier dus uitsluitend om het idee van de groepsdrang, volkomen losstaand van de invulling van die groep.
Er zijn natuurlijk voorbeelden te geven van kluizenaars, outcasts, mensen die asociaal gedrag vertonen. Vaak kunnen mensen in deze situaties zichzelf maar beperkt redden en zich zowieso niet voortplanten. Met andere woorden kluizenaarsschap is abnormaal en volgens de wetten van de natuur zelfs slecht omdat iedereen slechter af is. Het is voor te stellen dat in de moderne samenleving voortplanting en gezamenlijke jacht van minder belang zijn voor het overleven van de groep dan in de oertijd. Sociale acceptatie door het dienen van de groep met een goede baan en bevestiging van het bestaan door spiegeling van gedrag die bij anderen uit de groep waar te nemen zijn, zijn van groot belang. Hier zou ik toch de problematiek van de positie van de kunstenaar naar voren willen brengen. Doordat hij geen directe rol speelt in het dienen van de groep, maar er ook niet direct een bedreiging voor vormt, is zijn rol er een van een beetje voor spek en bonen meedoen. Hem wordt aan de ene kant het idee gegeven dat hij erbij hoort, terwijl als hij zelf slim genoeg is, hij wel in de gaten heeft dat hij niets en niemand in de groep, en dus ook niet zichzelf, dient; een frustrerende positie. Het is een contradictie: zijn ego is te groot om zich te verlagen tot het maken van werk dat als amusement dient in de groep, maar doordat hij niet genoeg respons krijgt voor dat wat hij wél doet is de grootheid van zijn ego nergens op gebaseerd, ténzij het hier een jonge ambitieuze kunstenaar betreft wiens genialiteit later door de groep onderkent zal worden, het romantische cliché van de roem na de dood buiten beschouwing gelaten.

‘Goed’ is uitsluitend de mens als onderdeel van een groep, onafhankelijk van waar die groep voor staat (iemand die ‘fout’ was in de oorlog was ‘goed’ in de oorlog).
De basis van de westerse, oudtestamentische moraal is de triomf van het in banen leiden van instinctieve drangen, of liever gezegd het onderdrukken daarvan, en de mogelijkheid ongeluk te rationaliseren, te verklaren. Fundamenteel intellectuele triomfen.
Één van die bereide banen waarover de instincten grillig voortrazen is de muziek. Echter niet de muziek zélf, als onafhankelijk object is van belang, maar diens kracht mechanismen in werking te stellen die ieder individu d.m.v. de eerder genoemde ondefinieerbare sensor verbindt met een ander, met de gehele groep, zodat iedere onderworpene van de groep via een buitenintellectuele baan van instincten ‘begrijpt’ wat die groep en hijzelf inhouden. Dus niet het begrijpen ván de groep, waarmee je het afkadert en beperkt, maar erdóór, of erméé begrijpen. Niet ‘begrip opbrengen blabla’ maar begrijpen op een manier die door de groep organisch tot stand komt. En dit is uitsluitend mogelijk via de baan, de weg van de muziek. Muziek als directe uitdrukking van het in het collectieve onbewuste aanwezige archetype van de groepswil.

Hoe kan een componist hier bewust mee omgaan? Is het wel zijn taak hier bewust mee om te gaan.
Hoe kan ik elementen van het collectieve onbewuste naar mijn bewustzijn brengen en het zodoende op rationele wijze integreren met modellen en structuren bij het proces van het componeren. Het antwoord op deze kwestie is: dat is onmogelijk. Want, is het niet zo dat juist het afleggen van deze door het bewustzijn onbegrepen banen de kracht is van muziek zelf, en niet van de componist, of van het ambacht ‘samenstellen’(=’componeren’). Het gaat om dat wat achter de noten steekt zei Mahler. Wacht even, hij zei dit als dirigent. Tijdens het componeren neemt ‘dat wat achter de noten steekt’ namelijk maar weinig tijd in beslag in vergelijking tot het ambachtelijk uitwerken van die noten zelf. Het is zelfs een romantische, en daarom een zich tot een bepaald tijdperk van de muziekgeschiedenis beperkende opvatting. Veel muziek ontstaat doordat het zichzelf genereert tijdens het werken van de componist. Dit is mogelijk doordat de componist modellen of formules die meer wiskundig dan muzikaal van aard kunnen zijn, in werking stelt waarbij het nog net geen optelsom is. Wat echter niet over het hoofd gezien moet worden is het feit dat zo’n berekening altijd een gevolg is van iets dat ‘gehoord’ is in het hoofd of systeem van diens schepper of in gang zetter. Dat wat als basis aan de formule staat, daarom gaat het. Dat tijdens ontwikkeling van materiaal telkens teruggeschakeld moet worden naar wat ook al weer die basis was, om dat materiaal op de juiste route te houden, staat buiten kijf, al is het mogelijk dat door droge materiaalontwikkeling het basisidee opnieuw of van een andere kant belicht kan worden. Dat is dus een belangrijke functie van het puur technische aspect van componeren, het ontwikkelen van nieuwe, puur door de muziek zelf gegenereerde ideëen. Hier komt naar voren dat ‘dat wat achter de noten steekt’ wel heel erg ver naar de achtergrond verdwijnt tijdens het componeren. Het verdwijnt niet volkomen, anders zou het componeren uitsluitend door een computer gedaan kunnen worden waar sturing en kortsluiting door de componist niet meer nodig zouden zijn.

Maar waar achter de noten zit dan precies de ziel van de muziek, of die van diens schepper? Wat ìs, en wat is de invloed vàn het basisidee, de door het innerlijk gehoor van de componist waargenomen identiteit van het muziekwerk? En hoe bestuurt het de materiaal uitwerking?
Waarom en hoe wordt bepaald dat een rustig kabbelende muziek plotseling onderbroken wordt door een serie onevenwichtig brutale erupties?
Hier zijn we aanbeland bij de volgende en voorlopig laatste stap: het intuïtieve aspect van het componeerproces. Ik heb een componist eens horen zeggen dat een bepaalde ingreep in een compositie genomen werd omdat hij dat zo gedroomd had. Met andere woorden, het beredeneren en legitimeren van een ingreep is blijkbaar voor de meesten erg belangrijk. Het is voor velen onacceptabel iets zonder reden te doen. Een ingreep die gevoelsmatig of intuïtief tot stand komt is slechts weggelegd voor hen die barsten van het zelfbewustzijn. En misschien is dat wel de kern van dat wat achter de noten steekt: de doelgerichtheid, het blindelings vertrouwen als door een onzichtbare hand geleid, of zoals Stravinski sprak over hoe de Sacre hem van hogerhand werd ingegeven, als bevond hij zich in een roes. Het componeren als dyonisische transcendentie.
Maar zelfs een zeer ervaren componist die beweert volkomen vanuit inspiratie, instincten en intuïtie te schrijven, houdt een deel van de waarheid achter. Tenzij het hier natuurlijk gaat om een jong, nog niet door de groep erkend genie, wiens ego te groot is om zich te verlagen tot structuralistisch beredeneerbare systematiek. Toch, dichter bij de sensor van collectief bewogen zijn kan een componist niet komen. Een componist kan alleen maar anderen ontroeren als hij zelf geroerd is tijdens het ontwikkelen en terugschakelen naar de basis van een compositie tijdens het componeerproces. Bewegen en bewogen zijn, zegt Rihm. Hierbij is het van wezenlijk belang dat de componist onderdeel is van de groep, van de mensheid, en dat hij als mens naar buiten treedt om alleen op die manier met zijn muziek in de harten van anderen gesloten te worden. De componist vertrouwt op, en gelooft in diens menszijn, om zo via de muziek als enige weg, andere mensen mee te laten leven in die ervaring van het menszijn. Zo kan ieder individu in het publiek zichzelf herkennen en tot ontroerens toe zijn eigen onbegrepen wezen weerspiegeld zien om zo op een onbevattelijke manier en misschien alleen op dat moment te snappen, wat de zin van het bestaan is. Het is het normaliter door rationaliseren, redeneren en de wil tot intellectueel bevatten versluierde oerene dat door de muziek blootgelegd wordt. Het is de ervaring als die in de dithyrambe; de uitschakeling van individualiteit en de onbevattelijke, maar grenzeloos voldoenende sensatie van het samensmelten in de groep.

Edward Top

Coral Gables, maandag 11 november 2002



Copyright © 2003 by Edward Top
Photography by Marten Top. No part of this website may be reproduced in any form by any electronic or mechanical means (including printing, photocopying, recording or information storage or retrieval) without notification of the authors' name.