| |
Quintetto
voor piano kwintet
In dit werk worden de mogelijkheden van het arpeggio afgetast. Al
in de diatonische introductie (Andante Modesto, mt.1-37),
die van slechts enkele toonhoogten gebruik maakt, doemt het arpeggio
als kleuring en contrast met de overwegend langzaam voortgaande
bewegingen op. Het tweede gedeelte (Allegro Moderato, mt.38-56)
leeft bij de gratie van het arpeggio, net als de daarop volgende
passage (mt.57-87) waar met name de strijkers er een bijzondere
klank mee creëeren. De speelwijze van het arpeggio hier is
traditioneel, zoals voor de viool aangetroffen zou kunnen worden
in romantische vioolconcerten, alleen de klank (geruis) die er hier
mee bereikt wordt, wordt verkregen zonder druk van de vingers op
de snaren uit te oefenen. Als een soort vermummificeerde romantiek.
Het arpeggio wordt zeer grillig en onregelmatig toegepast in de
Skelettendans (mt.88-171), een technisch hoogstandje
voor met name de piano. Tempo Primo (mt.172-190) en Tempo
del Danza (mt.191-2) zijn recapitulaties van reeds gepasseerde
gedeelten. Het gedeelte tot en met maat 131 is een zegeviering van
het arpeggio en klinkt met behulp van durchbrochene Arbeit als één
grote riedel. De quasi fuga die volgt is geënt
op het hoofdmotief (Motivo Principale) dat al te horen was
in mt.87 met opmaat.
Als uiterste consequentie van het arpeggio klinken apocalyptische
sirenes aan het slot. Het epiloogje in de slotmaat is een echo van
het hoofdmotief.
Het Quintetto werd gecomponeerd in opdracht van het Amardi Pianokwintet,
en werd financieel ondersteund door het Fonds voor de Scheppende
Toonkunst.
De premiere zal plaatsvinden
in Musis Sacrum te Arnhem op 2 mei, 2004.
|