| |
Verslag SoundOn Festival, 13-16 juni 2007 in de Athenaeum Library, La Jolla, Californië.
De eerste jaargang van het SoundOn festival in het sjieke La Jolla net buiten San Diego (denk Beverly Hills aan de kust) was een initiatief van San Diego New Music 's NOISE ensemble. Gedurende de afgelopen 10 jaar heeft dit enthousiaste ensemble regelmatig van zich laten horen in de Athenaeum Music & Arts Library , dus het was geen verrassing dat deze stijlvolle maar tegelijkertijd informele plek ook verkozen werd als locatie voor dit festival. Voor de gelegenheid schreef NOISE, bestaande uit Lisa Cella (fluit), Colin McAllister (gitaar), Morris Palter (slagwerk), en Christopher Adler (piano, khaen en composer in residence), een componistenwedstrijd uit, waar van de 250 inzendingen vier verkozen werken een uitvoering wonnen. Mijn werk Four , als enige een werk voor de complete NOISE- bezetting, bevond zich onder de winnaars, samen met werken van Amerikaanse componisten Moiya Callahan, Bill Ryan, en Orlando Garcia. die net als ik aanwezig was in La Jolla. Tevens werden andere werken uitgevoerd en ingestudeerd met de componisten aanwezig.
Na het openingsconcert van woensdagavond 13 juni, stond donderdagmiddag de 'composers round table' discussie op het programma, onder leiding van gitarist Colin McAllister en pianist/composer in residence Christopher Adler. Er werd tijdens dit gesprek, waaraan het publiek actief deelnam, in eerste instantie niet zozeer over de te spelen composities zélf, of de esthetieke benaderingen van de gastcomponisten, gesproken, alswel over de rol die de nieuwe muziek in de Amerikaanse samenleving speelt, of misschien zou moeten spelen. Vaak eindigen soortgelijke benaderingen in oeverloze discussies waar niemand veel van opsteekt, en het leek eerst hier niet anders. Interessant werd het toen esthetieke benaderingen wel meer aan de orde kwamen, en duidelijk werd hoe divers de componisten en iedeëen onderling bleken te zijn. De New Yorker Sidney Marquez Boquiren stak het positieve effect dat onzekerheid kan bewerkstelligen niet onder stoelen of banken. Christopher Burns is een voormalige Ferneyhough leerling met een stijl passende in diens nieuwe complexiteit. Matthew Burtner, eveneens ooit een Ferneyhough volgeling, is iemand met een improvisatie achtergrond, terwijl de voor mij oude bekende Orlando Garcia met zijn introverte klankstasis composities veel gemeen heeft met Feldman, wiens laatste student hij was. San Diego componist Joseph Waters, wiens pianotrio al op het openingsconcert te horen was, lijkt in een identiteitscrisis te verkeren. De laatste jaren is hij berzorgd over het publiek, en laat dit , gemotiveerd door een fascinatie voor puberrockmuziek zwaar meewegen tijdens het componeerproces. Hij kreeg vanzelfsprekend de wind van voren, maar werd door de jeugdige aanwezigen wel begrepen.
De avondsessie, een open repetitie waar een deel van de composities voor publiek gerepeteerd werden, onderstreepte de diversiteit. Mijn inbreng, het speciaal voor dit ensemble gecomponeerde werk Four , bracht eigenlijk weinig problemen met zich mee. Via email had ik al intensief contact gehad met de spelers onderling, ook na mijn revisie van de partituur een maand eerder, dus veel individuele problemen waren al naar voren gebracht. Het belangrijkste punt op deze repetitie bleek de balans te zijn: de instrumentencombinatie en de instrumentatie brengen op papier al specifieke dingen naar voren. Als eerste was het zaak de pianoklep dicht te houden, daarna moest Chris zich nóg inhouden. Het belangrijke motief waarmee het werkje opent ligt in het diepste (en zwakste) register van de fluit, dus de dynamiek moest terug in de rest van het ensemble. Dan was er de gitaar waar de anderen in tutti gedeelten rekening mee dienden te houden. Het was interessant voor mij te zien hoe deze muziek 'molto brutale' kan zijn binnen het kader van deze intieme bezetting: meestal schrijf ik dit karakter voor in een explosieve instrumentencombinatie.
Vrijdagochtend was er een repetitie van Terry Riley's In C . Het was een repetitie voor het concert die avond wat The people's concert is gedoopt. De nieuwe muziekpraktijk in La Jolla moest open tgegooid worden, en musicerende concertbezoekers en muziekenthousiasten moesten zover gekregen worden mee te spelen in dit project. De gastviolist van NOISE , Mark Menzies, speelde altviool, en was zo aardig mij zijn viool te lenen. Het was een geweldige ervaring voor me die avond in het werk mee te spelen waar de minimalbeweging allemaal mee begon, en in Californië: de plaats wáár het allemaal begon.
Die middag was het tijd voor de uitvoerders van NOISE een 'round table' discussie te voeren waarbij behalve Mark Menzies ook cellist /componist Franklin Cox aanschoof. In dit gesprek kwamen vooral het belang van de relatie tussen componist en uitvoerder naar voren. Op een vraag van een ballerina uit het publiek over waarom puls, een element dat in haar ogen zo dicht bij de natuur van het menselijke fysiek staat in de vorm van hartslag, afwezig is in nieuwe muziek, wierp Franklin Cox tegen hoe dicht bij het menselijke fysiek de muziek van de nieuwe complexiteit staat met een voorbeeld: de onregelmatigheid en complexiteit van de ritmen die haar mond maakte terwijl ze zojuist haar vraag stelde, maar ook, de natuurlijke bewegingen van vingers, kunnen niet verder verwijderd zijn van een regelmatige puls. Maar dit voorbeeld komt dan wel van iemand die stukken componeerd van zulk een complexe natuur dat tot op heden het grootste deel van zijn ouevre als onspeelbaar bestempeld is.
Het finale concert op zaterdagavond ging vooraf aan een inleidingsgesprek met de gastcomponisten voor publiek. Het was een concert met zes composities waarbij alle zes componisten ook echt aanwezig waren. Alle werken zijn enorm divers, zelfs die van de twee Ferneyhough discipelen Chris Burns en Matthew Burtner onderling. Laatstgenoemde beet het spits af met Snow Prints voor fluit, piano, cello en een electronische tape met gesampelde sneeuwgeluiden. Het werk leek de eenzaamheid van een wandelaar in een eindeloos sneeuwlandschap te onderzoeken, met lang uitgestrekte klankschappen. Het werk Angel Music van Sidney Boquiren was geschreven voor de khaen, een Thais volksinstrument. Het is een soort mondorgel, diatonisch gestemd over twee octaven. De enorme beperkingen die dit met zich meebrengt was geen belemmering voor de componist een interessant minimalistisch werk te schrijven. Duizendpoot Christopher Adler verruilde zijn rol als pianist en composer in residence voor een overtuigende uitvoering op dit excentrieke instrument dat ik tot dan toe alleen maar gehoord had bespeeld door straatmuzikanten in Bangkok toen ik daar woonde. Zijn eigen compositie Iris sloot de avond af. Het werk kenmerkte zich door repetitieve motieven, waar de cellist zijn instrument als gitaar bespeelde.
In mijn eigen werk Four staat het conflict tussen twee muzikale identiteiten centraal. Het hoofdmotief van de terts C-E, wordt gedurende het hele werk herhaald, vooral in de fluit. Dit concept van het refereren aan tonaliteit wordt echter tegen een achtergrond van een (atonale) post-seriële stijl geplaatst. Net over het guldensnedepunt ontspoort het werk even, waarna het grote terts motief zich uitstrekt over de volle tessituur van het ensemble.
Edward Top Voor foto's, recenties en blog zie ook:
http://www.geocities.com/SoHo/Den/2293/soundON07.html
http://picasaweb.google.com/christian.hertzog/SoundOnFestival
|