| |
...en
weende hij bitter
pianotrio: viool,
cello en piano
'En terstond
kraaide een haan. En Petrus herinnerde zich het woord, dat Jezus
gesproken had: Eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen.
En hij ging naar buiten en weende bitter.' Mattheus 26:75
Het kraaien van de haan is de metafoor voor de bewustwording van
Petrus over wat er zojuist gebeurd is. Hij realiseert zich plotseling
een aantal dingen tegelijkertijd;
-de voorspelling van Jezus komt uit, ondanks het feit dat Petrus
zeker wist van zichzelf dat hij zijn Heer nooit zou verloochenen
-hoe teleurgesteld hij was in het oordeel van zijn Jezus omtrent
Petrus' trouw aan hem en hoe Jezus buiten Petrus' wil om, op dit
moment gelijk krijgt
-de machteloosheid van Petrus' positie, zijn nietigheid in vergelijking
met de bovenmenselijk principiele Jezus.
De drijfveer van Petrus' acties ligt aan de basis van de compositie
en weende hij bitter. Het motto van het eerste deel
is afkomstig van Markies de Sade: "Wreedheid is niets anders
dan de energie van de niet door de beschaving aangetaste mens".
Deze energie wordt geactiveerd in situaties van angst. In bovenstaande
schriftlezing komt wreedheid naar voren in de vorm van verraad.
Uit angst voor zijn eigen hachje laat Petrus diegene vallen waarvan
zijn intellect, zijn beschaafde 'ik' zei, dat hij zijn leven ervoor
zou geven. Daden van de beschaafde mens worden eerder beheerst door
dat wat de natuur, dan dat wat het intellect, ingeeft.
Vooral het eerste deel is gecomponeerd op een intuïtieve wijze,
en de muziek verbeeldt dan ook ongekende wreedheid. De klankwereld
is hier robuust en hard en roept op die manier, het intellect voorbijstrevend,
gevoelens van angst op. Natuurlijk moet er bij het componeerproces
rekening gehouden worden met de wetten en regels van de muziek,
maar deze kennis is ondergeschikt aan wat zij uitdrukt. De piano
speelt veel klusters en glissandi en de viool en cello spelen vaak
primitieve krastonen. De viool heeft de laagste snaar naar beneden
verstemd waardoor diens klank rauw is. De titel van deel I is:
Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: "Ik ken den
Mens niet", wat Petrus' wanhopige angst uitdrukt.
Deel II ,
Ik weet niet wat gij zegt, is een hartstochtelijke en tegelijkertijd
grimmige verklanking van Petrus' angst door het volk in één
adem genoemd te worden met het zwarte schaap Jezus. Stilistisch
gezien doet dit deel hier en daar denken aan laat romantische kamermuziek
met een ruw oppervlak.
Deel III
en weende hij bitter
opent met een echo van een melodie uit Bachs Johannes Passie,
waarin de zin 'Und weinete Bitterlich' zeer vrij en dramatisch toongezet
is. De klank van de piano is in dit deel onconventioneel maar toch
verwijzend naar de Barok. Petrus' onafwendbare drama voltrekt zich
hier.
Deel IV, Largo Psichedelico heeft als motto "Al moest
ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen".
In dit zeer langzame slotdeel staat het hogere plan van de mystieke
ervaring centraal. Ondanks een beladen spanning is het losgekoppeld
van het drama dat later in het verhaal naar voren komt, maar in
deze compositie zich in de voorafgaande delen al voltrokken heeft.
Klik
hier voor audio fragmenten1,
2
en 3
van het werk
|